2015 | Nibbixwoud | Medemblik

In oktober 2015 heeft Archeologie West-Friesland een opgraving uitgevoerd aan de Dorpsstraat 52 in Nibbixwoud. Op dit perceel stond een oude stolpboerderij (de Beukenhoeve) met daarachter een 19de-eeuwse stolpschuur. Voorafgaand aan de sloop van de panden is een bouwhistorische opname uitgevoerd, waaruit bleek dat het vierkant (houtskelet) van de stolp vermoedelijk uit de 17de eeuw dateert. Uit de balken zijn houtmonsters gezaagd voor dendrochronologisch onderzoek. Het dateringsonderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de stolp rond 1675 is gebouwd.

Geheel volgens verwachting werden sporen uit de Midden-Bronstijd gevonden. Voornamelijk op de locatie van de schuur kwam een mooie akkerlaag met kruisende eergetouwkrassen en hoefindrukken van vee tevoorschijn. Na de Bronstijd is het gebied niet meer gebruikt tot de ontginning in de Middeleeuwen. Vermoedelijk gebeurde dat in de tweede helft van de 12de eeuw. Uit deze vroege fase stammen veel kuilen gevuld met brokken veen en klei. Mogelijk zijn dit een soort daliegaten gegraven om de grond meer geschikt te maken voor akkerbouw. In deze fase woonde men vermoedelijk nog niet op dit terrein langs de Dorpsstraat. In de fase die hierop volgde, werden meerdere sloten parallel en haaks op de Dorpstraat gegraven. Het lijkt erop dat deze sloten kort dienst hebben gedaan en weer vrij snel zijn dichtgegooid. Mogelijk heeft dit te maken met het in gereedheid brengen van het terrein voor bewoning. Na de demping van de sloten werd het terrein in zijn geheel flink opgehoogd met klei en zand. Dit lijkt in meerdere fasen te zijn gebeurd, maar over de tijdspanne is nu nog niet veel bekend. Vooralsnog lijkt het erop dat de laatste ophoging in de 14de eeuw plaatsvond.

Bovenop deze ophoging werd het eerste huis gebouwd. Van dit gebouw zijn meerdere opvolgende kleivloeren met haarden gevonden en enkele paalkuilen. Waarschijnlijk stond het huis aan de westzijde van het terrein, haaks op de Dorpsstraat. Een volledige plattegrond kon helaas niet worden gereconstrueerd. Aan de oostzijde zijn twee parallelle humeuze banen gevonden waarin verrot plantaardig materiaal aanwezig was. Mogelijk verraadt deze plek de locatie van de hooiberg bij het huis. Het pand is vermoedelijk volledig van hout geweest, al valt een lichte bakstenen fundering niet helemaal uit te sluiten. Meerdere waterputten van deze bewoningsfase zijn aangetroffen.

Van de stolpboerderij zijn meerdere schoorsteenfunderingen met stookvloeren teruggevonden. Aan de achterzijde van een van de stookvloeren kwam de onderzijde van een ijzeren haardplaat tevoorschijn. Zoals we vaker hebben gezien, is ook hier in de loop van de tijd de haard verplaatst. In de oudste fase stond hij haaks op het woondeel aan de westzijde van de stolp en in de fase die hierop volgde, draaide de haard een kwartslag en kwam deze in de lijn van de westelijke vierkantspoeren te liggen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met een vergroting van het staldeel als gevolg van een verandering in bedrijfsvoering waarbij de nadruk kwam te liggen op zuivelproductie. Vermoedelijk vond deze schaalvergroting plaats in de 18de eeuw.

Binnen het staldeel van de stolpboerdij werden meerdere waterputten gevonden die zijn gebruikt als watervoorziening van het vee. Een van de putten was gefundeerd op een wagenwiel waarvan opvallend genoeg de spaken en de as nog aanwezig waren.


Deze tekst is geschreven door Sander Gerritsen en gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2015. Op dit moment wordt dit project uitgewerkt. In het rapport zullen de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn.