2015 | Grootebroek | Stede Broec

In navolging van het inventariserend onderzoek uit 2012 werd in november en december 2015 een opgraving ten oosten van de Schaperstraat en ten zuiden van de Zesstedenweg nabij het winkelcentrum De Streekhof in Grootebroek uitgevoerd.

Geheel volgens verwachting kwamen hier voornamelijk resten uit de Midden-Bronstijd en de Middeleeuwen tevoorschijn. In ieder geval drie huisplaatsen uit de Midden-Bronstijd zijn ontdekt, maar mogelijk zijn meerdere huizen op dezelfde plek gebouwd. Door oversnijdingen met middeleeuwse sloten zijn de plattegronden helaas niet compleet en lastig te duiden. Uit de greppels die de huizen flankeerden, kwam relatief veel aardewerk en botmateriaal tevoorschijn. In ieder geval een tonvormige pot werd herkend, het merendeel van de vondsten wordt momenteel nog verwerkt.

Naast resten van huizen werden kringgreppels, kuilenkransen, waterkuilen en grote meerfasige greppelsystemen aangesneden. Uit een van de waterkuilen kwamen twee houten voorwerpen. Het ging om gevorkte, aan de onderzijde aangepunte wilgentakken. De twee takken van het gevorkte deel waren verbonden met berkenbast en nog nader te determineren plantaardig materiaal. Opvallend was de gelijkenis met andere houten voorwerpen eerder aangetroffen bij het archeologisch onderzoek bij De Haling in Enkhuizen. Deze zijn geïnterpreteerd als trap. Ze werden mogelijk gebruikt om dieper in de waterkuil bij een lage waterstand te kunnen afdalen. Vanwege de gelijkenis is het mogelijk dat de houten voorwerpen uit de Schaperstraat in het zelfde licht moeten worden gezien.

Bij de middeleeuwse sloten werd een opvallend fenomeen waargenomen dat al eerder was geconstateerd. Een deel van de sloten is ontstaan nadat brede greppelsystemen uit de Midden-Bronstijd opnieuw zijn uitgegraven. Vermoedelijk zijn deze greppels als depressie tevoorschijn gekomen nadat het veen inklonk als gevolg van ontwatering na het graven van verkavelingssloten. Dit zou ook verklaren waarom een deel van het huidige slotenpatroon een afwijkende oriëntatie heeft ten opzichte van het lint. Dit is veroorzaakt door het onderliggende Bronstijd cultuurlandschap waarbij de greppels uit die periode een noordoost-zuidwest oriëntatie hebben en de latere verkaveling meer noord-zuid en oost-west is georiënteerd.

Dichter op het dorpslint van Grootebroek nam de sporen- en vondstendichtheid uit de Late Middeleeuwen verder toe. Hier kwamen meerdere vondstrijke kuilen tevoorschijn waaruit complete kogelpotten uit de laat 13de en vroeg 14de eeuw werden geborgen. De vondsten geven aan dat in de buurt werd gewoond, maar van de huizen zelf is niets teruggevonden. Mogelijk heeft dat te maken met een lichte wijze van funderen in deze periode. Tegen het dorpslint aan is een sloot gevonden met veel materiaal uit de periode 1375-1425. Het vondstmateriaal uit dit spoor is een welkome aanvulling aangezien sporen uit de 14de en 15de eeuw vaak ontbreken langs de historische linten in West-Friesland.


Deze tekst is geschreven door Sander Gerritsen en gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2015. Op dit moment wordt dit project uitgewerkt. In het rapport zullen de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn.