|

Wonen aan het Enkhuizer Westeinde

In 2018 voerde Archeologie-West-Friesland in opdracht van woningcorporatie Welwonen een archeologisch onderzoek uit op de percelen Westeinde 88-90. Hier stond van oudsher een stolpboerderij en later werd op het achterterrein een grote bollenschuur gebouwd. Deze locatie, lokaal ook bekend als de bollenschuur van  ‘Tulpe Piet’, werd ontwikkeld voor 26 huurappartementen. Na de sloop en voor de bouw vond het onderzoek plaats. Achter de oude stolp werd een oude waterput met afval van de bewoners uit de Gouden eeuw gevonden. Het was meteen duidelijk dat het om bijzonder en veel vondstmateriaal ging, dat ons meer kon vertellen over de leefwijze en het geloof van de bewoners. Na analyse van het materiaal bleken vooral de Bijbelse borden met de Kruisiging en het offer van Abraham te duiden op de katholieke gemeenschap die in het Protestantse West-Friesland tijdens de opstand wel hun geloof mochten belijden, maar dit vooral binnenskamers dienden te doen. Om dit geloof in huis te uiten, tooiden zij hun woning met de Bijbelse voorstellingen.

 

De opgraving aan het Westeinde in Enkhuizen in volle gang, voorjaar 2018.

 

Scherven van het geloof

Het Westeinde was in de Gouden Eeuw de voornaamste toegangsweg tot de stad Enkhuizen. Op de afbeelding bovenaan het bericht is een historische kaart te zien van Enkhuizen (1560) met in de zwarte cirkel de locatie van de opgraving. Tijdens de opgraving van het perceel is in een gedempte waterput een aantal uitzonderlijke vondsten gedaan. De oude put bevatte veel voorwerpen van keramiek, die dateren tussen circa 1625 en 1680. De samenstelling is voor de 17de eeuw in West-Friesland gebruikelijk: steengoed, roodbakkend aardewerk, witbakkend aardewerk en Nederlandse majolica en faience, aangevuld met een kleine hoeveelheid Italiaans en Portugees tinglazuuraardewerk.

Wat de inhoud van de waterput echt bijzonder maakte, waren een vijftal Nederlandse schotels met Bijbelse voorstelling. Vier schotels hebben een identieke beschildering van Christus aan het kruis met aan weerszijden Maria en Johannes de Evangelist, beide met een nimbus boven hun hoofd als teken van hun heiligheid. Aan de voet van het kruis liggen een schedel en een been als verwijzing naar de berg Golgotha – schedelplaats – waar de kruisiging van Jezus werd voltrokken. Op de achtergrond is een landschap met een kerktorentje te zien dat Hollands aandoet. Ook is een Romeins ogend gebouw met zuilen en toren waar te nemen. Deze tempel geeft aan dat we op de achtergrond de heilige stad Jeruzalem zien. Omdat de schotels zo bijzonder zijn heeft de Provincie Noord-Holland deze bij het restauratieatelier Restaura in Heerlen laten restaureren (bron foto’s schotels: Restaura).

 

De serie met Kruisigingsborden (links en rechts) en in het midden het offer van Abraham.

 

Jezus aan de muur

Een opvallend detail is de creativiteit van de schilders in de letters op de plank aan de bovenzijde van het kruis. Gebruikelijk is dat hier de letters INRI (Jesus Nazarenus Rex Iudaeorum = Jezus van Nazareth koning der Joden) staan. Op een van de schotels staat INKDI, op een andere INRM en op de twee overige INRDI. De afkorting is bij de eerste in het Nederlands omgezet (INKDI = Jezus van Nazareth Koning Der Joden). Bij de tweede zouden de letters voor Jesus Nazarenus Rex Mundi (Jezus van Nazareth koning der Wereld) kunnen staan. Bij de andere twee borden lijkt sprake van een combinatie van Latijn en Nederlands (Jesus Nazarenus Rex Der Joden). Voor deze verhaspeling van letters zijn geen andere voorbeelden bekend.

De kruisiging is de meest bekende voorstelling in de christelijke kunst en bestaat in talloze varianten. De voorstelling op de schotels is mogelijk ontleend aan meerdere prenten. De wijze van uitbeelden van de figuren lijkt direct of indirect gebaseerd op een gravure van Albrecht Dürer. De achtergrond met tempel in het stadsbeeld van Jeruzalem zien we op andere prenten, zoals van Pieter de Jode, gemaakt omstreeks 1590-1632. Dit soort prenten of zelfs hele prentenbijbels waren algemeen in omloop in de 17de eeuw.

 

Het offer van Abraham

De vijfde schotel toont een ander Bijbels tafereel: het offer van Abraham. We zien hier Abraham met zijn zoon Izaäk geknield aan zijn voeten. Hij heeft een mes in de hand en staat bij een brandstapel. Een engel vanuit de rook van de brandstapel houdt hem tegen. Ook deze voorstelling is mogelijk een vrije interpretatie van een prent van Pieter de Jode.

Op basis van de stijl kunnen we minimaal drie schilders onderscheiden. Twee schotels met kruisiging zijn vrij grof geschilderd met dikke penseelstreken. De twee andere schotels met kruisiging zijn verfijnder uitgevoerd. Aan het randmotief is in beide gevallen duidelijk aandacht besteed: de takken zijn voorzien van ranken, hebben kleine blaadjes en de bloemen hebben stippen in de bloemblaadjes. De schotels vertonen echter ook veel verschillen. Bij het ene bord is het landschap in meer detail weergegeven en vliegen vogels in de lucht. De schotels zijn door twee verschillende personen geschilderd. Het vijfde exemplaar met het offer van Abraham lijkt van dezelfde hand als het meest verfijnde bord met kruisiging. Ze komen dus uit een werkplaats waar meerdere decorateurs werkzaam waren.

De schotels behoren tot het Nederlandse tinglazuuraardewerk, meestal aangeduid als faience. Dit product is rond 1620 ontwikkeld in een poging het populaire Chinese porselein te imiteren. De vroegste stukken zijn dan ook vrijwel altijd met Chinese motieven beschilderd en de kleur blauw werd standaard. Iedereen kent wel de benaming Delfts blauw, naar de voornaamste productieplaats. Grote schotels beschilderd met Bijbelse of andere taferelen uit de 17de eeuw kennen we vooral uit museale collecties en komen zelden als bodemvondst voor.

 

De buitenkant van de baksteen waterput waarin de vondsten werden gedaan.

 

Herkomst Haarlem?

De schotels zijn zeer waarschijnlijk gemaakt in het atelier van Willem Jansz Verstraeten (tot 1655) of zijn zoon Gerrit Willemsz Verstraeten (1642-1657) in Haarlem. Bekend is dat in Haarlem schotels met Bijbelse voorstelling zijn gemaakt. In het Rijksmuseum bevindt zich bijvoorbeeld een schotel, die overigens duidelijk van veel hogere kwaliteit is dan onze exemplaren, met een voorstelling van het offer van Abraham. Deze beschildering is duidelijk ontleend aan een prent van Pieter de Jode. Het stuk behoort tot de top van de Haarlemse productie. Bekend is dat de Verstraetens ook wapenschotels maakten, meestal voorzien van een rand in Italiaanse stijl. Vergelijkbare schotels als die van het Westeinde zijn vrijwel niet bekend. Dit houdt in dat het oeuvre van Verstraeten met deze vondst kan worden uitgebreid met een serie min of meer complete Bijbelse schotels.

 

De overige vondsten uit de waterput

Wat deze vondst extra bijzonder maakt is dat deze informatie verschaft over de gebruikers van de schotels, iets wat bij museale stukken zelden het geval is. Onder de vondsten uit de waterput bevinden zich nog meer voorwerpen met religieuze afbeeldingen, zoals twee Delftse bordjes met Bijbelse taferelen, een majolicabord met het christelijke IHS-monogram en een pot van roodbakkend aardewerk met de tekst ‘Eerdt God anno 1668’. Daarnaast zijn scherven van twee wijwaterbakjes van Mediterrane faience aanwezig. Een wijwaterbakje als bodemvondst is een soort gidsfossiel voor een katholiek huishouden. Het katholieke geloof was sinds 1572 verboden en werd sindsdien in het geheim beleden. Katholieken werden zo nu en dan met vervolging geconfronteerd. Nog in 1644, dus in de tijd dat onze katholieke eigenaar van de schotels leefde, werden vier Roomse vergaderplaatsen in Bovenkarspel en Grootebroek gesloten.

 

Trouweloze katholieken?

De katholieken werden tijdens de Tachtigjarige Oorlog gewantrouwd omdat ze zomaar zouden kunnen samenheulen met de Spaanse katholieke vijand. Na de Vrede van Münster in 1648 konden zij weer zonder vrees voor vervolging hun geloof uitoefenen, maar nog altijd niet openbaar. De meerderheid van de inwoners van de Streek, zoals de regio tussen Hoorn en Enkhuizen wordt genoemd, bleef katholiek. Hoewel voorwerpen met Bijbelse voorstellingen zeker niet alleen in katholieke huishoudens in omloop waren, spraken deze de katholieken met hun traditie van een rijke religieuze beeldtaal zeker aan. Openlijk konden ze hun geloof niet belijden, maar in privésfeer konden ze hun huis wel inrichten met schotels, prenten en schilderijen die bij hun geloofsbeleving aansloten. Het pronkgoed van het Westeinde geeft een prachtig inkijkje in zo’n katholiek 17de-eeuws huis.

 


Lees hier het artikel over de borden in het Reformatorisch Dagblad.