|

Afgelopen weken is op een bijzondere locatie midden in het Middeleeuwse havengebied van Hoorn een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De bouw van een grote betonnen afzinkkelder maakte het noodzakelijk om de bodem tot metersdiep af te graven. Voor de archeologen een buitenkans want zelden wordt in het Middeleeuwse centrum tot zo diep gegraven.

Een eiland in de haven
De naam het Venidse wordt nu gebruikt als straatnaam, maar hiermee werd in het verleden het volledige eiland tussen de Appelhaven en de Nieuwendam aangeduid. De straatnaam Bierkade kwam pas in de 18de eeuw in zwang. Venidse verwijst naar Venetiƫ, de Italiaanse stad die bekend stond om de vele eilanden en waarvan de inwoners een centrale rol in de handel speelde. De Venetiaanse kooplieden genoten tot in onze streken bekendheid.
De 17de-eeuwse Hoornse kroniekschrijver Velius meldt dat in 1420 de Appelhaven werd gegraven en met de bagger zou het Venidse zijn opgehoogd. Uit de Hoornse archieven blijkt dat hier al vroeg in de 15de eeuw veel huizen stonden. Daarin woonden in die tijd ongetwijfeld kooplieden en schippers. Geleidelijk maakte houtbouw plaats voor steenbouw en verschenen er pakhuizen voor kaas en bier. De bekendste bewoner was de koopman Pieter Jansz Liorne (1561-1620), die als uitvinder van het fluitschip wordt beschouwd. De opgraving vond plaats op een terrein achter twee van deze huizen aan de Bierkade.

Een opgraving
In het voorjaar is op het terrein aan het Venidse een archeologische opgraving uitgevoerd. Voorafgaand aan de bouw van de kelder moest de bovengrond namelijk worden gesaneerd vanwege aanwezige bodemvervuiling. Gelijktijdig is door de archeologen van de Gemeente Hoorn onderzoek uitgevoerd. Afgelopen weken is ook het uitgraven van de kelder begeleid. Het is voor het eerst dat een archeologisch onderzoek in dit stadsdeel is uitgevoerd.
Op het diepste niveau, ongeveer drie meter onder het huidige maaiveld, is een pakket veen aangetroffen. Dit veen heeft heel West-Friesland bedekt en vormde het maaiveld rond 1200, toen de eerste ontginners hier neerstreken. Zij groeven sloten door het veen om het te ontwateren en geschikt te maken voor akkerbouw en veeteelt. Een van die sloten is bij de opgraving gevonden en deze bleek rond 1400 opgevuld met klei, riet en koeienmest. Daarna is opgehoogd en zijn percelen uitgezet.

Schoenen van de eerste bewoners
Uit de opgraving blijkt dat tussen 1400 en 1450 grootschalig is opgehoogd met veen en klei. De huizen op het Venidse stonden buitendijks en waren kwetsbaar voor overstromingen. Ophogen van de huispercelen was dus geen overbodige luxe. Het achtererf werd gebruikt voor het graven van kuilen waarin mest werd gedumpt. In deze tijd vonden nog veel agrarische activiteiten in de stad plaats. Inwoners hielden koeien of varkens en overal stonden hooispiekers. Mest en ander afval werd eenvoudig op eigen terrein in kuilen gegooid en veel afgedankte huisraad verdween in de havens en grachten.
Bijzonder is dat in de mestkuilen veel leren schoenen zijn gevonden, die afkomstig zijn van de eerste bewoners van het Venidse. In mestkuilen blijven deze uitzonderlijk goed bewaard. De schoenen zijn in de grond volledig plat gedrukt en het stiksel, waarmee de leren onderdelen en zool aan elkaar vast hebben gezeten, is vergaan. Maar de schoenen zijn helemaal compleet en zo weer in model te brengen. Archeologisch vrijwilligster Ans Vissie is meteen enthousiast aan de slag gegaan. Vooral enkele kleine kinderschoentjes brengen de Middeleeuwse Horinezen erg dichtbij. Een van de zooltjes is zeer klein. Hierop heeft een kindje bijna 600 jaar geleden zijn of haar eerste stapjes gezet.

Grote schoen 14e eeuw

Huizen uit de 16de en 17de eeuw
Vanaf 1500 is sprake van twee smalle percelen. Op het westelijke perceel zijn de resten van een huis aangetroffen. Achter het huis stond vermoedelijk een kleine aanbouw en daarnaast lag een plaatsje van brokken bakstenen en plavuizen. Op het erf lag afval van rond 1500.

Op het oostelijke perceel zijn resten van een huis uit de 17de eeuw opgegraven, waaronder een vloer van plavuizen. Beide huizen zijn rond 1800 zeer grondig gesloopt. Economisch ging het toen niet voor de wind en het inwonertal van de stad daalde. Veel huizen zijn in die tijd afgebroken.