2018 | Schardam, Etersheim en Warder | Edam-Volendam

Archeologisch onderzoek langs de dijk bij Schardam, Etersheim en Warder

Inleiding

De Alliantie Markermeerdijken gaat 33 kilometer dijk tussen Hoorn en Durgerdam versterken. Vooruitlopend op deze werkzaamheden heeft Archeologie West-Friesland in de nazomer van 2018 op enkele locaties langs het dijktracé rond Schardam, Etersheim en Warder, archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (afb. 1). In dit stuk wordt kort verslag gedaan van de voorlopige resultaten.

In 2014 is een uitgebreide bureaustudie gedaan naar de archeologische waarden en verwachtingen rondom de dijk. Deze inventarisatie is uitgevoerd uit met behulp van bodemkaarten, historisch kaartmateriaal en andere bronnen. Dit resulteerde uiteindelijk in een overzicht van locaties waar waarschijnlijk resten aanwezig zijn van verdwenen bewoning of bijvoorbeeld waterwerken zoals molens en sluizen. Deze plekken bevinden zich onder en vlak naast de dijk, maar soms ook verder weg, bijvoorbeeld op de bodem van het Markermeer. Tijdens dit archeologisch vooronderzoek zijn enkele van deze locaties op het land met behulp van een graafmachine onderzocht om te kijken of de verwachte resten werkelijk aanwezig zijn en om na te gaan hoe goed ze bewaard zijn gebleven.

 

Vindplaats 4.1 Westerdijk

Net ten noorden van de splitsing tussen de Klamdijk richting Oudendijk en de Westfriese Omringdijk (Westerdijk) richting Hoorn is op diverse 17de eeuwse kaarten bewoning afgebeeld. De bewoning bevindt zich op deze afbeeldingen binnendijks aan de westzijde van de Westfriese Omringdijk. Het lijkt te gaan om drie of vier grote boerderijen – afhankelijk van de kaart – waarvan de percelen zijn omgeven door bomen. Op de kaart van de Beemster uit 1644 lijkt een onderscheid te zijn gemaakt tussen rechthoekige langhuizen en huizen die een L- vormige plattegrond hebben (afb. 2). Mogelijk worden hier stolpboerderijen gesuggereerd. Na een analyse van moderne luchtfoto’s zijn op basis van afwijkende slootpatronen kansrijke locaties aangewezen waar de resten van deze boerderijen worden verwacht.
Het onderzoek hier was uiterst succesvol. Op het merendeel van de onderzoekslocaties zijn resten van bewoning tevoorschijn gekomen (afb. 3). Deze resten bestaan uit ophogingslagen, gedempte sloten – soms met houten beschoeiing, muurfunderingen en vondstmateriaal. Vooral de grote hoeveelheid vondsten van voornamelijk gebruiksaardewerk zoals potten en borden en metalen objecten zoals munten en gespen zijn opvallend. De resten dateren voornamelijk in de late 16de – en 17de eeuw. Uit het onderzoek is gebleken dat een groot deel van de resten zich nog onder de huidige dijk bevinden en dat de conservering van zowel de vindplaats als het vondstmateriaal uitstekend is.

 

Vindplaats 5.1 Etersheimer – Keukendijk

Ten noorden van de Oosterkoog en ten noorden en zuiden van de Westerkoogdijk langs de Korsloot is op diverse 17de eeuwse kaarten bewoning aangegeven. De onderzoekslocatie ligt in de knik van de aansluiting tussen de Westerkoogdijk en de Keukendijk. Hier is op de kaarten een rechthoekig huis afgebeeld binnendijks aan de westzijde van de dijk. Het lijkt op de kaarten alsof de woning op een verhoogde huisplaats ligt.
Tijdens het onderzoek zijn inderdaad diverse ophogingslagen gevonden, maar helaas ontbreken duidelijke resten van een huis. Het vondstmateriaal uit de lagen dateert uit de 16de en 17de eeuw. Mogelijk liggen de resten van het huis dichter op of onder de dijk. Onder de ophogingslagen is een grillig afgezet grijsbruin kleipakket gevonden (afb. 4). Deze klei heeft ter hoogte van de vindplaats het natuurlijk gegroeide veen weggeslagen. Het lijkt erop dat het huis is gebouwd bovenop een oudere gerepareerde dijkdoorbraak. Dit is eerder waargenomen tijdens het onderzoek bij gemaal C. Mantel aan de Klamdijk. Hier bouwde men in de 17de eeuw een klein gehucht genaamd Lutjeschardam bovenop een plateau dat ontstond na reparatie van een 15de eeuws grote dijkdoorbraak.

 

Vindplaats 5.2 Etersheim

Deze vindplaats ligt in de omgeving van de IJsselmeerdijk aan de zuidzijde van de Oosterkoog, waar de dijk een opvallende knik richting het oosten maakt. Uit historisch onderzoek is gebleken dat de dijk hier vermoedelijk is teruggelegd voor 1418. Uit dat jaar stamt een geschreven bron waarin toestemming wordt gegeven voor de bedijking van de koog, het buitendijkse land. Bij het terugleggen van de dijk kwam een deel van het dorp Etersheim inclusief de kerk buitendijks te liggen. Op diverse kaarten uit de 16de en 17de eeuw zijn delen van het dorp en de kerk nog buitendijks afgebeeld (afb. 5). In 1639 werd binnendijks, op de plek waar de huidige staat, een nieuwe kerk gebouwd. De Zuiderzee verzwolg de oude kerk in de loop der tijd. In 2009 onderzochten duikers deze plek waarbij onder andere een 12de eeuwse sarcofaag werd opgedoken.
De vragen die beantwoord dienden te worden waren: Zijn buitendijks langs de dijk en op het voorland nog resten aanwezig van het oude Etersheim en zo ja hoe oud zijn deze? Tijdens het onderzoek zijn net ten oosten van de dijk in het verlengde ervan bewoningsresten gevonden uit de 14de/15de eeuw en uit de 16de/17de eeuw. Het gaat om gedempte sloten waarin zich resten van divers vondstmateriaal bevinden zoals aardewerk en metaal, maar ook vondsten van organisch materiaal zoals leer en hout. Daarnaast is een begraven varken en een waterput gevonden, twee soorten sporen die kunnen samenhangen met een huiserf.
Iets noordelijker langs de dijk zijn geen bewoningsresten gevonden. Mogelijk liggen deze hier meer naar de kern van het dijklichaam. Op deze locatie is aangetoond dat de dijk in het verleden is doorgebroken. Mogelijk diende een houten constructie als extra versteviging na de doorbraak. De constructie is opgebouwd met zware ingeslagen grenen palen waaraan verticale planken zijn bevestigd (afb. 6 en 7). Aan de buitenzijde zijn ter versteviging schuine schoorpalen tegen de planken aangezet om de constructie en de grond daarachter te stutten. Uit dendrochronologisch (jaarringen) onderzoek zal blijken wanneer de bomen gekapt zijn en waar de palen vandaan komen. Dit geeft ook meer zicht op de datering van de doorbraak. Het vermoeden bestaat dat de constructie in de 17de eeuw gebouwd is en dat het palen afkomstig zijn uit het Oostzeegebied.

 

Vindplaats 5.3 Etersheim – doorbraak

Iets ten noorden van de waargenomen doorbraak zijn aan de hand van luchtfoto’s en topografische kaarten twee andere doorbraken ontdekt (afb. 8). Rondom de resten van deze doorbraak zijn op het buitendijkse land – het voorland – met behulp van een hoogteverschillenkaart diverse structuren gezien die mogelijk een verband kunnen hebben met de reparatie van de doorbraak.
In de sleuven die hier zijn gegraven zijn geen aanwijzingen gevonden dat de hoogteverschillen zijn ontstaan door oude reparaties. Vermoedelijk gaat het om recent gegraven greppels die bij slecht weer de depressie rond de doorbraak dienen te ontwateren. De ontdekking van de doorbraken op dit stuk dijk wordt mogelijk wel tijdens het vervolgonderzoek meegenomen.

 

Vindplaats 6.1 Warder – voorland

Ten noorden van Warder, ter hoogte van de oude Haantjesbraak, waar tegenwoordig een boerenbedrijf gevestigd is, heeft men op het voorland op de hoogteverschillenkaart een restant van een dijklichaam waargenomen (afb. 9). Bij eerder genoemde doorbraak van de Klamdijk is vast komen te staan dat voorafgaand aan de reparatie een kleine dijk voor het gat in dijk is aangelegd, vermoedelijk om verder uitslijten van het kolkgat tijdens eb en vloed te voorkomen. Mogelijk is hier bij Warder een vergelijkbaar lichaam opgeworpen om het vergroten van het gat bij de Haantjesbraak tegen te gaan.
Uit het gravend onderzoek is inderdaad gebleken dat het om een opgeworpen lichaam gaat. Vermoedelijk is hierbij grond uit een flankerende sloot gebruikt, aangevuld of afgedekt door zoden die hier in het voorland konden worden gestoken.

 

Vindplaats 6.2 Warder – Zwembad

In de omgeving van het Zwembad van Warder zijn diverse sleuven zowel binnen- als buitendijks gegraven. Op meerdere 17de eeuwse kaarten staan binnendijks opvallend veel huizen afgebeeld (afb. 5). Wanneer deze zijn verdwenen is nog niet helemaal duidelijk, maar op de 19de-eeuwse kadastrale minuut zijn ze niet meer aanwezig (afb. 10). Op deze kaart heeft de sloot aan de zuidzijde op sommige plekken een opmerkelijk kronkelig verloop. Het vermoeden bestaat dat de sloot hier om oude verhoogde huisplaatsen heengaat. Naast de aanwezigheid van bewoningsresten uit in ieder geval de 17de eeuw, kunnen ook oudere resten worden verwacht. Verondersteld wordt dat de dijk bij Warder net als bij Etersheim in de Late Middeleeuwen is ingelaagd. Mogelijk zijn daarbij verhoogde huisplaatsen uit de Late Middeleeuwen gebruikt als basis voor de nieuwe inlaagdijk.
Uit het onderzoek is gebleken dat inderdaad meerdere verhoogde huisplaatsen binnendijks tegen de dijk aanliggen. Op basis van het vondstmateriaal kunnen deze voornamelijk worden gedateerd in de 16de en 17de eeuw. Op één locatie is een laatmiddeleeuwse oorsprong geconstateerd, mogelijk geldt dit voor meerdere huisplaatsen. De vindplaatsen liggen afgedekt onder een dik pakket zand en grotendeels onder de weg, waardoor ze niet zijn verstoord door latere graafwerkzaamheden. Het vondstmateriaal is uiterst goed geconserveerd waardoor organisch materiaal zoals hout en dergelijke goed bewaard zijn gebleven (afb. 11). Buitendijks zijn geen resten van bewoning gevonden, maar hier is wel goed inzicht verkregen in de ophogingen en verstevigingen van de dijk vanaf de 17de eeuw tot de moderne tijd (afb. 12).

 

En wat nu verder?

Het archeologisch onderzoek is uiterst succesvol gebleken. De aanwezigheid van verwachte vindplaatsen zijn nu op meerdere locaties met zekerheid vastgesteld en er is zicht gekregen op de intactheid van de vindplaatsen en de conservering van het vondstmateriaal. Op basis van dit vooronderzoek worden locaties aangewezen die in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Deze onderzoeken zullen in enkele gevallen nog voor de werkzaamheden aan de dijk plaatsvinden, maar op locaties waar de vindplaatsen diep in de kern liggen zal dit pas kunnen worden uitgevoerd op het moment dat het profiel van de dijk wordt aangepast.


Deze tekst is geschreven door Sander Gerritsen in 2019 en betreft een kort verslag van de voorlopige resultaten. Het project is nog niet afgerond. Uiteindelijk zullen in het rapport de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn.


Literatuur:
Bartels, M.H. & B. van Sprew, 2014. Een spiegel van water, dijk en land. Archeologisch bureauonderzoek ten behoeve van de Milieueffectrapportage (M.E.R.) van de dijkversterking Hoorn-Amsterdam. West-Friese Archeologische Rapporten 69, Hoorn.

Gerritsen, S. 2018. Wonen aan een Wiel. Archeologisch onderzoek naar de middeleeuwse doorbraak van de Klamdijk en de 17de-eeuwse nederzetting Lutjeschardam tussen West-Friesland en de Zeevang. West-Friese Archeologische Rapporten 115, Hoorn.